MIJN BIBLIOTHEEK

wilt u ook geschiedenis schrijven?


Wij willen uw verhaal ook graag horen en roepen u op om uw eigen, unieke verhaal over de Tweede Wereldoorlog met ons te delen. 

U kunt uw verhaal en eventueel foto’s insturen naar Bibliotheek Hoorn, Wisselstraat 8, 1621 CT Hoorn, of via de knop 'plaats een reactie'.

 

Gé van Beenen
2011-04-22 14:06:52

Geboren in 1932 weet ik mij de vijf oorlogsjaren nog goed te herinneren. Wij, dwz. mijn ouders, mijn 5 jaar oudere zuster en ik woonden in Amsterdam, vlak bij de Overtoomse brug, waar toen ook nog een kleine sluis was. Mijn vader was o.a. timmerman en wat ik niet wist was dat hij gedurende de gehele oorlog een 7 tal joden verborgen heeft gehouden ergens midden in de stad. Uiteraard moesten ook deze mensen eten en hoe hij dat allemaal gedaan heeft, dat weet ik niet precies, maar na de oorlog zijn zij hem daarvoor zeer dankbaar geweest.

In elk geval leefden wij in die laatste hongerwinter met z´n vieren in de keuken, want dat was de enige plaats in huis waar met behulp van het z.g. nood- kacheltje en alles uit huis wat maar wilde branden het toch nog een beetje warm te krijgen was. Op datzelfde kacheltje kookte mijn moeder suikerbieten, die ik, als jochie van 12, met behulp van een lange stuk met daarin een spijker, van dekschuiten afpikte, wanneer deze in het eerder genoemde sluisje moesten schutten. Pulp en stroop stonden op het menu en van die pulp werden pannenkoeken gebakken, uiteraard zonder boter of olie, want dat was er niet. Evenmin als water, elektriciteit, gas, brandstoffen, wc papier en dergelijke eerste levensbehoeften nog aanwezig waren. Een waterig aftreksel, wat gaarkeukensoep werd genoemd, dat was nog te koop, maar verder niets. Ik herinner me nog dat mijn vader met de kerstdagen van ´44 via een openstaande keukendeur, die met en touwtje dicht kon worden getrokken, een viertal mussen naar binnen wist te lokken, deze ontdeed van kop en veren om ze vervolgens te grillen boven het noodkachelvuur. Wild met de Kerst! Ook tulpenbollen hebben we gegeten, aardappelschillen en allerlei andere surrogaat producten en niemand had overgewicht. Mijn zus en ik fantaseerden wel eens wat allemaal lekker zou smaken als…het er nog was. Tot de bevrijding kwam en ik voor het eerst na jaren weer een stukje chocolade proefde, gedropt uit een vliegtuig van de geallieerden. En dan dat eerste Zweedse brood, een gebakje!  

Wat heb ik er van overgehouden? Dat ik nog steeds zuinig ben op eten, nooit iets zal weggooien of het moet naar de kinderboerderij gaan en…wij, mijn vrouw en ik, zijn nog steeds met alles blij en tevreden en dat is iets wat je van de huidige maatschappij niet altijd meer kunt zeggen.


Dhr. Ch. Waterman
2011-04-21 13:49:22

Een verhaal uit die tijd herinner ik mij als de dag van gisteren! Mijn vader, Christoffer Waterman vertelde dat hij in de oorlog, zoals velen die leden onder voedselschaarste, te voet van Nieuwendam (Amsterdam Noord) naar Spanbroek ging, om bij boeren aardappels en groente te kopen. Ik vermoed dat die reis in de hongerwinter moet zijn geweest. Mijn vader was hoofdonderwijzer van een katholieke jongensschool op "blauwezand" 'n wijk in tuindorp Buiksloot.

Wij waren al 'n groot gezin, 7 jongens en 4 meisjes. Katholieke gezinnen waren in die jaren kinderrijk omdat anti-conceptie vanwege het geloof was verboden! Hoewel mijn ouders tijdens de oorlog door goede contacten met boeren en andere buitenlui wel redelijk aan voedsel konden komen, en wij ook via familie uit Friesland en Groningen, pakketten ontvingen, was de hongerwinter een levengrote bedreiging. Mijn ouders vertelden dat zelfs onze achtertuintje moest voorzien in extra proviand voor onze familie. Was de hongerwinter een grote bedreiging voor ons, voor heel wat Amsterdammers was het nog bedreigender, en velen trachtten rond Amsterdam en dus ook aan de overkant van het IJ in de polders van noord-holland aan voedsel te komen.

De boeren dicht bij Amsterdam hadden niet genoeg om uit te delen, terwijl anderen zich er niet voor schaamden woekerprijzen te rekenden, waarbij betaald kon worden met trouwringen, kunst en/of andere kostbaarheden! Mijn vader liep dus via kleine polderweggetjes en boerenerven naar Spanbroek, zorgvuldig de Duitse patrouilles ontlopend, om niet voor Arbeitseinsatz verhafftet zu werden! In Spanbroek, bij boer Klaas Beerenpoot werd hij nadat hij zich had voorgesteld als hoofd van een katholieke jongensschool vriendelijk ontvangen. West-Friesland is overwegend katholiek, dat weet een onderwijzer, dus.... Hij kocht een zak aardappels en vertelde tijdens het gesprek met boer Klaas over zijn school in dat heidense Amsterdam en dat hij 'n groot gezin had. De vrouw van boek Klaas gaf haar man 'n wenk dat hij die meester nog iets anders moest meegeven. Mijn vader had op "het deel" van de boerderij 3 hazen zien hangen! Boer Klaas begreep de hint van zijn vrouw en zei tegen mijn vader dat hij er een mocht uitkiezen. Mijn vader, geboren en getogen op het hogeland van Groningen, wist hoe je hazen moest keuren, haalde er een van de spijker en bracht hem binnen. De boer zag de haas, keek mijn vader diep in de ogen en zei: Je hebt de beste er uit gehaald, meester, je mag 'm voor niks meenemen!

Op de terugtocht naar Amsterdam, liep mijn vader op met een oude man met een karretje. Ook hij had ergens een zak aardappelen op de kop kunnen tikken. In de buurt van de Klomp, waar een Duitse patrouille was, raadde mijn vader hem aan met hem langs polderweggetjes door te lopen tot ze in Nieuwendam waren. Er waren enkele plaatsen in Amsterdam Noord waar je met voedsel beter niet langs kom gaan, omdat de Duitsers ook voedseltekort hadden. Buiten "de Klomp"(afslag naar Purmerend) was dat ook "de schipbrug" over het IJ. Mijn vader raadde hem aan om na "Spertijd" in donker over de Oranjesluizen te gaan, omdat daar dan geen Duitse patrouille meer zou zijn! (Dat laatste weet alleen Wiet Abercrombie van de BS precies) In Nieuwedam scheidden zich hun wegen en kwam mijn vader, dodelijk vermoeid weer thuis. Enkele jaren na de oorlog ontmoette mijn vader iemand die zij onderweg ook even hadden aangesproken. Het vroeg die man, die net als die oude man in de Jordaan woonde, of "de oude" veilig was thuis gekomen. Dat bleek niet zo te zijn, de oude had toch de schipbrug over het IJ gekozen en hem was zijn aardappelen door de Duitsers afgenomen. De man heeft dat niet kunnen incasseren, is in elkaar gezakt en overleden! Ik zelf lag, na de dood van mijn zusje in 1943, samen met mijn broertje in het sanatorium Berg en Bosch in Bilthoven, ernstig ziek aan t.b.c.